Bri aan de Bosporus

New beginnings

Met mijn vertrek naar Hamburg en mijn start bij bab.la ook een nieuwe blog. Mijn avonturen kun je voortaan volgen op https://thelifeandtimesofadutchieabroad.wordpress.com/

Een nieuw avontuur

Gisteren heb ik Leiden verlaten. Het is de vijfde keer in acht jaar, met als enige verschil dat ik deze keer geen idee heb of ik terug zal komen en zo ja, wanneer. Een nieuw avontuur wacht op mij. Ik ben nog een aantal dagen in Zeeland, maar vanaf volgend weekend woon ik in Hamburg. In mijn wildste dromen had ik niet kunnen bedenken dat Duitsland mijn volgende bestemming zou worden. Al vanaf ik Koeweit heb verlaten, nu anderhalf jaar geleden, roep ik dat ik terug wil naar Koeweit. Die wens bestaat nog steeds, maar ik maak een omweg via Hamburg.

Uiteraard is er geen beroerdere tijd om naar Duitsland te verhuizen als het moment waarop het Nederlands elftal het EK in Frankrijk net niet heeft gehaald. Ik verwacht heel veel slechte grappen en liedjes, want het blijven Duitsers en die hebben lol wanneer wij afgaan. Was het maar alvast 2018. De enige oplossing die ik kan verzinnen is om ook maar te doen alsof ik Duitser ben. Hup Deutschland Hup!

Het grootste voordeel van naar Duitsland verhuizen is dat je er gemakkelijk met de auto kunt komen. Dat betekent dat ik het komende half jaar in ieder geval niet uit een koffer hoef te leven, zoals de voorgaande keren. Meer dan twee broeken, drie truien, vijf t-shirts en zeven paar sokken kunnen meenemen, hoera! Ook fijn dat er meer dan één tas in de auto past. Extra reden voor een feestje: er kan een flinke voorraad drop mee, en in de winkel kan ik gewoon varkensvlees krijgen. Dat is ook wel eens anders geweest.    

Duitsland: het klinkt zo dichtbij en is tegelijkertijd ook zover weg. Het is de minst exotische bestemming waar ik ooit geweest ben, alleen België was nog minder spannend geweest. Ik doe mijn best om alvast mijn Duits op te frissen en heb al een poging gedaan om wat Duits te spreken met Duitstalige taalmaatjes, wat mij helemaal zo slecht nog niet afgaat. Aan de andere kant is Hamburg wel 6 uur vanaf Leiden en 8 uur vanaf Zeeland, dus een weekendje naar huis gaan doe je toch niet zo makkelijk. Ik weet nog niet of ik Kerstmis en Oud en Nieuw wel in Nederland zal kunnen doorbrengen, al hoop ik uiteraard van wel.

Mijn half-Duitse oma woont vlakbij de grens, dus ik kom minimaal één á twee keer per jaar in Duitsland. Tegelijkertijd zijn de keren dat ik meer dan 10 km de grens over ben gegaan zeer beperkt geweest. Ik ben ooit eens in Münster, Keulen en Winterberg geweest, maar daar houdt het dan ook op. Hamburg is nog een grote onbekende: iedereen die er geweest is zegt dat het superleuk is, maar voor mij is het nog een zwarte vlek. Tegelijkertijd is dit een mooie mogelijkheid om meer van Duitsland te zien. Voor het eerst van mijn leven naar Berlijn gaan, bijvoorbeeld. Ook zit ik niet zo ver van de Deense grens, en daar ben ik zelfs nog nooit geweest. Vanaf Berlijn ben ik zo in Polen, dat ook nog onbekend voor mij is. Het idee om nieuwe steden en landen te ontdekken is wellicht nog wel het mooiste aan in het buitenland wonen. Er is zoveel te zien in de wereld, en in de komende zes maanden ga ik ook weer veel zien en beleven.

De afgelopen maanden heb ik gewerkt bij de organisatie achter Wikipedia. We hebben een mooi project min of meer afgerond en ik heb zoveel nieuwe dingen mogen leren, van sponsorwerving tot websitebeheer. Mijn nieuwe functie biedt nog veel meer mogelijkheden, met name op het gebied van digitale marketing. Dit had ik niet gedacht toen ik geschiedenis ging studeren, maar ik vind het zo leuk. Er zijn nog zoveel dingen die ik zou willen leren! Vorige week ben ik bijvoorbeeld voor het eerst met Photoshop aan de slag gegaan. Voorlopig ligt de focus nog even ergens anders op, maar als ik nou ooit nog eens zou kunnen leren! Vanaf volgende week sla ik weer een nieuwe richting is. Nog een paar dagen dus, en dan ga ik. Bis bald, Deutschland!  

Een Egyptische bruiloft

‘Ben je van plan om binnenkort naar Cairo te komen?’. Één voor één ga ik ze af, mijn Egyptische vrienden in het buitenland. Het merendeel komt zelden in Egypte, maar het is de moeite van het proberen waard. En ik heb geluk. E. twijfelt, hij heeft een uitnodiging voor een bruiloft van een van zijn beste vrienden gekregen, maar vakantie opnemen is niet eenvoudig. Ik weet hem te overtuigen om te komen, want een bruiloft van goede vrienden komt niet dagelijks voor. Ik heb een zelfzuchtig motief: ik wil mee!

In Tunesië heb ik veel bruiloften meegemaakt. Ik kwam net op het juiste moment daar, het bruiloftseizoen was in volle gang. Elke avond een andere bruiloft, met als hoogtepunt de bruiloft van de zus van mijn baas, waar ik als deel van de familie vijf volle dagen bij was. Een hele ervaring, van het cadeautjes shoppen en de henna tot het tekenen van het huwelijkscontract en het grote feest daarna, waarbij vrouwen uit hun dak gingen tijdens een women-only dans party. Want inderdaad, in het diepe zuiden van Tunesië vinden bruiloften gescheiden plaats: de bruidegom in zijn dorp, de bruid in haar dorp, totdat zij op het allerlaatst weggebracht wordt.    

Met deze ervaring in het achterhoofd was ik heel benieuwd naar een Egyptische bruiloft. Egypte is op veel manieren een stuk conservatiever dan ik vooraf had verwacht, maar ik meende dat een bruiloft in de hoofdstad van Egypte toch wel iets anders zou zijn dan een bruiloft in het traditionele zuiden van Tunesië. Mijn date reageert enigszins verbaasd als ik vraag of bruiloften in Cairo ook gescheiden zijn, en of er van mij verwacht wordt dat ik mij bij de vrouwen voeg. Aan gescheiden bruiloften doet men in Cairo niet. Mijn opluchting is groot.

Het grootste dilemma vooraf is de jurk. Nu ben ik over het algemeen niet zo’n meisje-meisje dat maar niet kan beslissen wat ze aan wil doen naar een feestje, maar dit is natuurlijk wel een bijzondere gelegenheid: het is niet de bedoeling dat E.’s vrienden denken dat ik een of andere goedkope Europese del ben. Wat nogal snel zo lijkt, aangezien het merendeel van de vrouwen hier volledig bedekt is, zelfs als het buiten 40 graden is. E. laat mij foto’s zien van de bruiloft van zijn nichtje. Ik ben geschokt en gerustgesteld: zulke korte en strakke jurken heb ik ook wel in mijn kast hangen, maar over het algemeen draag ik ze niet in het openbaar, en zeker niet in de Arabische wereld. Alles wat ik uitkies zal wel acceptabel zijn. Denk ik. Op een paar honderd gasten laat slechts een enkele dame op deze bruiloft haar benen zien. Ik ben in goed gezelschap van maar liefst twee andere dames. Blijkbaar verschilt dit toch echt van bruiloft tot bruiloft.

E. stelt mij voor aan minstens honderd mensen, waarvan ik de naam meteen weer vergeet. Een band treedt op en dansgroepen doen hun kunstje. Ik kijk mijn ogen uit. De mannen dragen bijna allemaal hetzelfde saaie zwarte pak, maar de vrouwen zijn adembenemend: de ene jurk nog mooier dan de andere. Bijna allemaal zijn ze volledig bedekt, inclusief hoofddoek, maar wat zien ze er schitterend uit. In Egypte hoef je geen centimeter huid te tonen om toch verleidelijk te zijn. De bruid is de mooiste van allemaal, zoals het hoort. Dit is geen gearrangeerd huwelijk. De liefde tussen de bruid en bruidegom is overduidelijk. E. vertelt dat het koppel al jarenlang samen is en dat de bruidegom zo walgelijk verliefd is op de bruid dat de zoetheid regelmatig van zijn Facebookposts afspat. Ik voel mij bevoorrecht dat ik uitgenodigd ben om samen met hen een van de bijzonderste dagen van hun leven te vieren.  

Het eten wordt opgediend om 12 uur ’s nachts. Een ietwat vreemd tijdstip voor mijn Europese maag, maar Egyptenaren doen niet anders. Ik smul wat van de toetjes. Onze tafel delen we met een salafistische jongeman, compleet met flinke baard. Ik vraag mij af wat hij van mijn jurk denkt. Na het eten begint de disco. De bruid heeft eerder wel een dansje gewaagd, maar nu blijft ze zitten, net als haar vriendinnen. Tot mijn teleurstelling betekent dit dat geen van de andere dames zich op de dansvloer waagt. Ik blijf achter met J., vrouw van een vriend van een E. Wij kijken toe hoe de mannen nog een uur lang uit hun dak gaan. Voor mij is dit voldoende entertainment, want ze gaan helemaal los, maar voor de rest van de vrouwelijke genodigden, die dit toch zeker maandelijks meemaken, moet dit toch wel redelijk saai zijn: wachten totdat hun man uitgedanst is. Voor zover je het dansen kunt noemen.

Ik ben verbijsterd: tot deze bruiloft heb ik altijd gedacht dat elke Arabische man zonder enige moeite beter danst dan ik. Het tegendeel wordt die avond bewezen. Er komt zelfs iets voorbij dat in de verte op de polonaise lijkt. Het gaat er zo wild aan toe dat ik er niet eens tussen had durven staan, was ik niet de enige vrouw op de dansvloer geweest. Ze springen en zwaaien als een gek, alsof ze flink aan de drugs hebben gezeten. Toch is dit een dry wedding: meer dan sapjes en wat fris krijgen we niet. Om twee uur ’s nachts nemen we een koffie, om er nog even tegenaan te kunnen. Zo midden in de nacht ga ik naar huis. Wat een ervaring! Naar verluid ging de afterparty nog heel, heel, heel lang door.   

De Egyptische vrouw (volgens de Egyptische man)

Er wordt veel gesproken óver Egyptische en Arabische vrouwen, vooral door anderen. Graag was ik eens in gesprek gegaan met een Egyptische jongedame, over zelfbeelden en vooroordelen. Zoals in de vorige post al beschreven kom ik echter bedroevend weinig Egyptische dames tegen, en tot een goed gesprek is het nog niet gekomen. Wellicht kan ik hier later nog het een en ander over schrijven. Vandaag echter een andere invalshoek: die van de Egyptische man. Wat vindt hij nou eigenlijk van de Egyptische vrouw?

Al tijden zeuren we om een kennismaking met een Egyptische jongedame. Onze vrienden J. en S. zijn een beetje huiverig om een van hun vrouwelijke landgenoten mee te nemen naar een van onze meetings though. J. meent dat ze hiervoor te jaloers zijn en dat ze erg onaardig zullen doen, omdat ze Europese dames als concurrenten zien. Blijkbaar zijn de Egyptische mannen to die for..

T. toont zich bereid om ons voor te stellen aan een Egyptisch-Saoudische vriendin van hem. Ik reageer opgetogen: ik heb nog nooit een Saoudische jongedame ontmoet, en wat heb ik haar veel te vragen! Twee minuten later wordt de ontmoeting alweer gecancelled. ‘She wanted to come, but her boyfriend does not allow her to go out today’ is de verklaring. Echt verbaasd ben ik niet, maar begrijpen doe ik het niet. Als onafhankelijke Nederlandse zou ik elke jongeman die mij iets zou willen verbieden meteen het gat van de deur wijzen. T. toont zich meer begripvol. Een relatie is volgens hem geven en nemen, en als zijn vriendin hem zou vragen om niet weg te gaan zou hij daar ook respect voor hebben, verklaart hij.

A. is dezelfde mening toegedaan. ‘Haar vriend was waarschijnlijk gewoon jaloers, bang dat ze een leukere jongen tegen het lijf zou lopen’, legt hij uit. Ook hij meent dat de jongedame de mening van haar vriend moest respecteren en thuis moest blijven. Andersom had hij dat ook gedaan. Hij ziet niets kwaad in dit soort jaloezie: als het te vaak voorkomt moeten haar vader en broers ingrijpen, en het is zelfs een geaccepteerde reden voor een echtscheiding. Zelf zou hij ook niet accepteren dat de echtgenoten van zijn zussen hun vrijheid zo ver zou beperken.

Hij verbijstert mij echter met onnavolgbare logica door daarna te beargumenteren dat een Egyptische vrouw pas echt not amused raakt bij afwezigheid van af en toe zo’n verbod. Want een man die werkelijk om hen geeft, dat is toch een jaloerse man? Als een man niet af en toe z’n jaloezie toont, hoe onbelangrijk is zijn partner dan wel niet voor hem? Ze wil helemaal niet kunnen gaan en staan waar ze wil: ze wil dat een man af en toe zijn liefde toont door haar te vragen iets niet te doen.

Enigszins sceptisch vertel ik mijn vriend E. over het gesprek met A. ‘Is het werkelijk waar dat Egyptische vrouwen graag een jaloerse vriend hebben?’, vraag ik hem. ‘Most definitely!’, is zijn besliste antwoord. Erg logisch klinkt het mij niet in de oren, maar dat zijn Egyptische vrouwen over het algemeen ook niet. Aldus E.  

De zoektocht naar de Egyptische vrouw, part I

Egypte is een mannenmaatschappij. Afgaand op onze ervaringen lijkt 90% van de samenleving uit mannen te bestaan. De buschauffeurs, de verkopers in de supermarkt, de technici en de AIESECers: bijna zonder uitzondering zijn ze mannelijk. Vrouwen komen we tegen in de metro of de bus en in de winkelcentra, dus we weten dat ze bestaan, maar van enige interactie tot nu toe is nauwelijks sprake geweest. En dat is niet uit onwil: regelmatig vragen we onze (mannelijke) vrienden om toch ook eens een keertje een jongedame mee te nemen, maar voorlopig worden we alleen nog voorgesteld aan nog meer mannen. Waar in principe niets mis mee is, maar eens een keertje van gedachten wisselen met een Egyptische jongedame, dat zou ook leuk zijn. En zo begon de zoektocht naar een Egyptische vrouw.

Eerste poging was S., een vriendin van een neef van een vriendin (volg je ‘m nog?). S. ziet er mogelijk nog meer Europees uit dan ik, met haar vuurrode haar. Ze torent flink boven mij uit, wat best iets is in een land waar de gemiddelde vrouw tot mijn schouder komt. Hoewel geboren en getogen in Egypte is zij half Duits en proud to be. Mijn volgende poging, J., een vriendin van een vriendin, levert eenzelfde resultaat op. J. is heel beslist: hoewel ze een Egyptische moeder heeft is zij absoluut niet Egyptisch maar Frans, net als haar Franse vader. Hoewel ze al jarenlang in Egypte woont identificeert zij zich niet met dit land. Ook een aantal volgende pogingen mislukken, en mijn flatgenootje Lara heeft na een maand Egypte naast onze collega’s van EOHR nog geen echte Egyptische ontmoet.

Dit weekend kwam daar dan eindelijk verandering in. We werden uitgenodigd voor een lunch bij de familie van E., een van mijn vrienden uit Koeweit, die voor een bruiloft een aantal dagen in Egypte was. Zijn nichtje W. had ik al eerder telefonisch gesproken, maar tot een ontmoeting was het nog niet gekomen, omdat zij elk moment kan bevallen van haar eerste kindje. Ik was razend benieuwd, hoewel ik al weken geleden heb afgeleerd te denken dat mijn vrienden uit Koeweit enigszins representatief zijn voor hoe de gemiddelde Egyptenaar leeft en denkt.

De lunch zal plaatsvinden in Nieuw Cairo. E. haalt ons op in Nasr City, en al gauw hebben we de grote stad achter ons gelaten. Voor ons doemt iets op dat een groenere versie van Koeweit zou kunnen zijn: mini paleisjes, shopping malls en brede wegen. Het is er heerlijk rustig, vooral vergeleken met Nasr City, het overbevolkte, vuile en lawaaierige deel van Cairo – the city that never sleeps. We rijden een compound op, en stoppen voor een bescheiden paleisje. Hierin woont A., een tante van E. Ooit getrouwd met een van de rijkste mannen van Egypte en een succesvolle carrièrevrouw, zij is onze gastvrouw vandaag.

A. heeft geen kinderen, maar moedert over haar vele neefjes en nichtjes. Vandaag schuiven W. en Z. ook aan voor de lunch. W. woont slechts een steenworp verderop, en broer en zus zijn hier kind aan huis. W. ziet er stralend uit: ze is beeldschoon, gekleed in de allerlaatste mode en met een bescheiden buikje, waaraan niemand zou kunnen vermoeden dat ze elk moment al kan bevallen. Zoals in elke familie plagen broer en neef haar met haar omvang, en onze complimenten neemt ze dan ook glunderend aan. Tante A. is minstens net zo stijlvol, en een schatting maken van haar leeftijd is onmogelijk. Trots vertelt ze dat ze dit huis zelf ontworpen heeft. En het huis mag er zijn: het is met recht het allermooiste huis dat ik ooit gezien heb. Een negentiende eeuw paleis verbleekt ernaast.

Er wordt goed voor ons gezorgd. Verzorgen zit in het bloed van de Egyptische vrouwen lijkt het. Heerlijke limonade wordt afgewisseld met verse muntthee en zelfgemaakte taart. De lunch is meer een dinerbuffet, en nog voor ik mijn bord heb kunnen leegeten heeft W. de voedselvoorraad alweer aangevuld. Ze blijft steeds opscheppen voor degenen die hun bord al leeg hebben, en we eten ons tonnetje rond. Dit moet leven als een god in Egypte zijn.

Het leven in Nieuw Cairo is goed. Als mijn dagelijkse realiteit er zo uit zou zijn, dan zou ik hier ook best nog wel een tijdje kunnen blijven. In Nieuw Cairo blijken de kledingregels een stuk soepeler te zijn. Waar mijn flatgenootje van de buren op haar kop kreeg omdat ze zich in korte broek op ons balkon had durven vertonen draagt W. gewoon een t-shirt. In Nasr City zou ze de enige Egyptische zijn geweest die zoveel huid had laten zien, in Nieuw Cairo kan dit blijkbaar gewoon. We horen dat wij in een zeer conservatieve buurt wonen, en dat Nasr City geenszins representatief is voor geheel Cairo. In andere delen van de stad kan een stuk meer, maar in Nasr City zijn mensen niet zoveel gewend. Geen wonder dat iedereen ons nastaart, waar we ook gaan..

Onze eerste echte kennismaking met Egyptische vrouwen smaakt naar meer. Wat is de familie van E. lief en gastvrij, en wat leggen ze ons in de watten. Deze zelfbewuste vrouwen voldoen geenszins aan de stereotypes uit de Westerse media. Ze zijn goed opgeleid, onafhankelijk en zelfbewust. Ze spreken hun talen, zijn bekend met de wereld buiten Egypte en zijn geïnteresseerd in precies dezelfde dingen als wij. W. houdt van shoppen, films en afspreken met vriendinnen, al komt dat laatste vanwege haar zwangerschap er de laatste tijd niet meer zo van. A. is een bijzonder succesvolle carrièrevrouw. En zij is beslist niet de enige: de oudere zus van E. is niet bij de lunch omdat zij op zakenreis is in China. E.’s zwager is gewoon thuis.

Het is en blijft een fascinerend onderwerp, de Egyptische of Arabische vrouw. De volgende blog zal gaan over mijn gesprekken met Egyptische mannen en hun visie op de Egyptische vrouw. Want wat wil ze nou eigenlijk? Stay tuned voor meer ;) 

Reflecties uit Egypte: wat is een democratie?

De afgelopen weken heb ik al veel Egyptische jongeren gesproken. Onvermijdelijk gaat vrijwel elk gesprek in op de revolutie en de situatie vandaag de dag. Bijna iedereen die ik ontmoet is op Tahrir geweest tijdens de revolutie. T. vertelt in geuren en kleuren over zijn avonturen tijdens de revolutie: hoe hij met een grote mensenmassa van Heliopolis naar Tahrir marcheerde (toch al gauw vijf uur lopen), maar hoe hij terug moest keren omdat het plein en de aangrenzende straten allemaal vol waren. Vlak naast hem werd iemand neergeschoten. Een van zijn collega’s had eveneens geluk: hij vertelt mij hoe de persoon voor hem in het hoofd geschoten werd. 

J. neemt ons mee naar Downtown Cairo. Overal langs de weg staan militairen en politie opgesteld, vooral rondom de vele ministeries. Een teken bij uitstek dat Egypte vandaag de dag een politiestaat is, meent hij. In een democratie is zoveel beveiliging niet nodig. J. was ook op Tahrir, maar ik vraag mij af of dit wel is wat hij in gedachten had toen hij besloot zich aan te sluiten bij de revolutie.

De volgende dag komt hetzelfde onderwerp wederom ter sprake tijdens een bijeenkomst in een lokaal shishacafé. Vijf Egyptische jongens bespreken opgewonden het laatste politieke nieuws uit Jemen. Op mijn verzoek gaan ze in het Engels verder. Ze zijn een stuk beter geïnformeerd over de politiek in het Midden-Oosten dan ikzelf, zo zonder internet. Ik wist al dat de president van Jemen gevlucht was, maar over Egyptische inmenging in het conflict had ik nog niet gehoord.

‘In vergelijking met Jemen is het in Egypte zo slecht nog niet’, merk ik op. Vijf jongemannen kijken mij verbijsterd aan, de vergelijking tussen Egypte en Jemen niet begrijpend. Er komt een discussie op gang over Egypte vandaag de dag, hoofdzakelijk tussen mijzelf, T. en S.. Beiden staan pal achter het huidige regime van president Sisi, aan de macht gekomen door iets dat buitenstaanders een staatsgreep noemen. Desalniettemin zijn T. en S. tevreden: de revolutie is voorbij. Dat ze de ene sterke leider hebben ingeruild voor de andere deert ze allerminst. Ik ben geïntrigeerd en vraag ze wat uit te wijden over het hoe en waarom van Tahrir en over wat er terecht gekomen is van hun wensen en verwachtingen. Stonden zij daar niet voor democratie? Hoe past een sterke militaire leider dan precies in dat plaatje?  

S. legt mij uit dat Egypte een presidentiële democratie is, te vergelijken met Amerika. Net als president Obama is Sisi een democratisch gekozen leider, en zijn positie is onvergelijkbaar met die van ex-president Mubarak voor de revolutie. T. zit instemmend te knikken. Stemmen tijdens de naderende parlementaire verkiezingen gaan ze niet. Het parlement is geen macht van betekenis, en bovendien kennen ze de kandidaten niet en hebben ze geen idee waar ze precies voor staan. Wel menen ze dat de verschillen zo minimaal zijn dat het toch niet uitmaakt wie er gekozen wordt. Het presidentiële systeem vervangen door een parlementair systeem willen ze niet. In hun ogen werkt een parlementaire democratie niet in Egypte, want vijf kapiteins op één schip is vragen om problemen. Liever hebben ze een sterke man, die slagvaardig is en Egypte erbovenop kan helpen. Sisi is hun man.

B. meent dat Egypte nog niet klaar is voor democratie, en dat het misschien wel nooit hier zal werken. Voor een achttienjarige heeft hij al veel meegemaakt. Waar ik mij tijdens mijn tienerjaren vooral druk maakte om school en paardrijden was B. op Tahrir. Een groter verschil is bijna niet denkbaar. Ik geloof niet dat ik mij tijdens mij tienertijd één moment heb afgevraagd wat het beste politieke systeem voor mijn land is, interesse daarin kwam pas tijdens mijn studententijd. De revolutie heeft B. jong volwassen gemaakt, en met hem een generatie Egyptenaren.

Zoveel mensen, zoveel meningen. Afhankelijk van wie je het vraagt is Egypte vandaag de dag nog net zo goed een politiestaat als voor de revolutie of een presidentiële democratie naar Amerikaans voorbeeld. Het is de moeite waard om na te denken over het begrip democratie though. Is een democratie alleen een democratie als een land geregeerd wordt op een voor mij bekende manier, of is het begrip democratie net zoiets als moderniteit: een verschijnsel dat op heel veel verschillende manieren in verschillende gebieden toepasbaar is gebleken. Is dit democratie op de Egyptische manier, of zelfs een soort Arabische democratie? Wie het weet mag het zeggen.   

Egypte, part III: het verkeer

Voor vertrek voelde ik een studiegenootje aan de tand over Cairo: was het wel veilig daar in Egypte? Hij antwoordde dat het grootste gevaar in Cairo momenteel het verkeer is. Dat leek mij ietwat overdreven, met de beelden van Tahrir in het achterhoofd. De vergelijking met het verkeer klonk als het bagatelliseren van de veiligheidssituatie in Egypte. Immers, de kans dat er iets zal gebeuren terwijl je de straat oversteekt is net zo groot als dat er een meteoriet inslaat op de exacte plek waar jij bent. In Nederland, welteverstaan. Na bijna twee weken Cairo kan ik zeggen dat mijn studiegenootje niets overdreven heeft. Van demonstraties hebben we weinig te vrezen, maar dat verkeer, dat is iets compleet anders. Vandaag in Egypte: het verkeer.

Ik ben ervan overtuigd dat de ‘ziel’ van een natie af te lezen is aan het verkeer. Egypte is zeer chaotisch, net als het verkeer. Het is druk, lawaaiierig en er bestaan geen regels. Geef een Egyptenaar een regel en hij zal hem breken. ‘Do not climb’ betekent dat Egyptenaren massaal de piramides beklimmen, en ‘do not touch’ zorgt dat elke Egyptenaar toch even een belangrijk historisch object moet aanraken. ‘Life is boring if you follow the rules’, verklaart Alfey, een Egyptische vriend. Hij rijdt rond in een auto zonder remmen, maar, verdedigt hij zichzelf, hij gebruikt de auto alleen in Nasr City, en niet Downtown, want daar zou dat wel eens tot ongelukken kunnen leiden. Zijn aanbod om ons op te halen de volgende dag heb ik vriendelijk maar beslist afgewezen. Ik moet nog langer mee.

Het alternatief, het openbaar vervoer, is niet heel veel beter though. Om op het werk te komen gaan we met de bus en de metro. Dat eerste wordt door elke Egyptenaar met afgrijzen bekeken, want mijn goed opgeleide vrienden wagen zich daar niet eens aan. Wij wel, want we hebben geen keus. Het is dit, of niet naar het werk gaan. Tot dusver geen incidenten meegemaakt, al horen we wel regelmatig verhalen waar we niet vrolijk van worden. Onze vaste buschauffeur is ‘crazy driver’. Zoals iedere man hier Ahmed of Mohammed heet, is elke buschauffeur eigenlijk een crazy driver. Deze chauffeur is echter nog een tikkeltje erger dan de rest, en we gaan ook niet voorin in de bus zitten, want dit levert standaard halve hartaanvallen op. Crazy driver toetert de hele route als een gek, want toeteren is een teken dat jij sowieso door zal rijden, wat er ook gebeurt. Zodra hij een halve meter ruimte ziet duikt crazy driver in het gat. En het moet gezegd worden: rijden kan hij. In de afgelopen twee weken heb ik een aantal ‘bijna ongelukken’ gezien, maar hij weet zich er altijd uit te redden. En met 10 centimeter speling passeert hij elk voertuig op de weg. Hij heeft nog geen schrammetje gemaakt. Dat kan niet gezegd worden van onze buurvrouw. Vorige week was ik er getuige van dat ze tot twee keer toe een andere auto raakte bij het inparkeren, maar mevrouw kijkt niet op of om bij het uitstappen. Blijkbaar is het normaal om botsautootje te spelen hier.   

De metro is het meest geliefde vervoersmiddel onder de opgeleide jongeren. Ik ben er nog niet over uit wat ik er precies van vind. Egyptenaren en bussen, dat gaat zo slecht nog niet samen. Ik bedoel, er zijn geen regels, geen schema’s, geen haltes oid, maar geld dat vanuit de allerlaatste bank naar de chauffeur wordt doorgegeven bereikt altijd het doel, en het volledige bedrag aan wisselgeld komt altijd terug. En het heeft wel zo z’n voordelen om altijd de bus uit te kunnen wanneer je dat wilt. De metro daarentegen haalt het aller-slechtste in Egyptenaren naar boven. Van netjes wachten totdat degenen die eruit willen er ook daadwerkelijk uitzijn is geen sprake, vooral niet tijdens het spitsuur. Erin of eruit, beiden is ellebogenwerk. Het zou mij niets verbazen als een heel deel van de 16 doden per dag die in het Egyptische verkeer vallen doodgedrukt worden in de metro. De gouden regel heb ik nog niet ontdekt: sta je vooraan, dan kun je er vergif op innemen dat 20 andere dames je naar buiten zullen duwen en dat je geen tijd hebt om normaal uit te stappen, maar sta je achteraan dan is de kans groot dat de nieuwkomers al naar binnen stromen zonder dat jij de kans hebt gehad om uit te stappen. Dit is werkelijk een survival of the fittest.

Men zegt dat als je wil dat je niets overkomt, je thuis op de bank moet blijven zitten. Nergens lijkt dit zo toepasbaar als in Cairo. Deelname aan het verkeer is het wagen van je leven, elke keer opnieuw. Vierbaanswegen oversteken doe je door je er gewoon in de storten. Verkeerslichten of zebra’s zijn er niet, hier en daar regelt een agent het verkeer. Op een aantal plaatsen zijn er voetgangersbruggen. In 99 van de 100 gevallen moet je gewoon erdoorheen. Gelukkig zijn Egyptische bestuurders erop bedacht dat voetgangers van alle kanten kunnen opduiken… 

Egypte, part II

Marhaba vanuit Egypte! Bij gebrek aan beter vermaak vanavond wederom een stukje van mijn hand. Het is zondagavond, een gewone werkdag in Egypte, waar het weekend op vrijdag en zaterdag valt. Helaas, want mijn geliefde Liverpool speelde vandaag tegen Manchester United. Ik overwoog even om mijn wekelijkse vrije dag op te offeren om toch te kunnen kijken, maar een uitnodiging om dinsdag de citadel onder begeleiding van een Egyptische gids te gaan bekijken (en niet onbelangrijk: de beloofde 30 graden) was net iets aantrekkelijker. Gelukkig maar, want gezien de uitslag van de wedstrijd was het deze opoffering niet waard geweest.

Tot dusver valt het weer een beetje tegen. ’s Avonds is het ronduit koud. Ik had, met Koeweit in mijn achterhoofd, maar twee truitjes ingepakt, maar dat was duidelijk te weinig. Gelukkig zit een van de grootste winkelcentra van Egypte om de hoek, en een excuus om te gaan winkelen is zo gemaakt. Helaas geen Forever 21, dat beperkt de schade nog een beetje. Doordeweeks zien we niet veel aan zon: we gaan weg lang voordat de zon een beetje kracht heeft en komen pas terug als de zon al bijna onder gaat. Wat wel veel vroeger is dan in Nederland, voor degenen die denken dat ik hier slavenarbeid verricht en dagen van 12 uur maak. Integendeel, zulke relaxe werktijden krijg ik waarschijnlijk nooit meer. Voor de zon moeten we het echter vooral van onze vrije dagen hebben. Gelukkig hebben we een balkon, waar we iets schaarser gekleed kunnen zijn dan buiten op straat, zodat ik niet geheel wit weer terugkom straks.

Entertainment op vrije dagen bestaat vooral uit overdag zonnen op het balkon (mits er niet teveel wolken zijn) en ’s avonds rondhangen in een of ander cafe, voornamelijk het shishacafé aan het einde van de straat. Omdat ze daar zowel internet als voetbal hebben. Ik ben afhankelijk van mobiel internet, dat er extreem snel doorheen gaat, en internet op het werk, vandaar dat jullie mij nauwelijks meer online zien. Het is dan ook behoorlijk afkicken, maar gelukkig is het maar voor beperkte tijd. Ik heb inmiddels al één Ken Follett boek gelezen (a 1100 pagina’s) en ben bezig aan de tweede, dus wat dat betreft is geen internet hebben ook wel een mooie mogelijkheid om eindelijk eens een aantal boeken te lezen die al een tijdje op mijn lijstje staan. Zo lees ik momenteel zijn Century Triology, waarvan de eerste zich tijdens de Eerste Wereldoorlog afspeelt. Uiteraard.

In de cafés van Cairo is de scheiding tussen traditioneel en modern goed te zien. Het café aan het einde van de straat wordt voornamelijk bevolkt door grote groepen mannen en een of twee verdwaalde westerse dames (aka Lara en mijzelf). Ze drinken thee, roken shisha en spelen een spelletje blackgammon. Even verderop ligt een moderner café, met een drankvergunning. Dames zijn hier een alledaags verschijnsel, en sommigen zijn nog schaarser gekleed dan wijzelf. Groepen meisjes komen bijeen voor een hapje en een drankje, net als gemengde gezelschappen. Een goed opgevoed islamitisch meisje rookt niet, maar in dit café kom je vrijgevochten jongedames tegen die heel goed weten wat ze willen. Zoals J., onze gastvrouw, die voor haar baan de hele wereld overreist. Alleen. Egyptische dames komen in alle soorten en maten.

Zodra we mannelijke gezelschap hebben kunnen we ook verder Cairo in om het een en ander historisch of cultureels te bezoeken. Zo hebben we bijvoorbeeld gisteren een soefi show bezocht. De muziekinstallatie was afgrijselijk, maar de dansende derwisjen zelf zijn geweldig. Ook eten we regelmatig in Khan el Khalili, de bazaar van Cairo. En ja, zelfs voor mij valt daar wel iets te vinden. Google maar eens op Shish Tavuk of Hawawshy. De persoonlijke favoriet echter is zalabya, dat vandaag zowel als diner als dessert diende. Jummie!

Van enige onrust is hier weinig te merken. De afgelopen vrijdagen hebben we een klein demonstratietje gehoord op afstand en wat legervoertuigen door de straten zien paraderen. Afgezien daarvan is het rustig. Het metrostation onder Tahrir is nog steeds gesloten, en elke dag reizen we eronderdoor, het station overslaand. Egyptische vrienden vertellen dat zij ook op Tahrir waren, maar in hun ogen is de revolutie voorbij. Tahrir is leeg. De weinige toeristen die in Cairo zijn momenteel kunnen een foto maken op een historische plaats. Naar verluit poseren militairen graag voor een kiekje.