Bri aan de Bosporus

Egypte, part I

Vijf dagen in Cairo inmiddels, dus tijd voor een korte update vanuit het centrum van Egypte en misschien wel het gehele Midden-Oosten, het altijd bruisende Cairo. De eerste indruk is vooral chaotisch: van de visa formaliteiten tot het verkeer en het openbaar vervoer. Alles gaat ‘op hoop van zegen’, zeg maar. Een echte cultuurshock heb ik niet, Cairo is vooral een net iets heftigere en net iets intensere versie van andere plekken in de Arabische wereld waar ik geweest ben. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit een plaats is die je zal gaan haten, of waarvan je zal gaan houden. Ik weet op dit moment nog niet zo goed welke van de twee het voor mij zal zijn. Tot voor kort was Egypte mijn minst favoriete plek in het Midden-Oosten, maar de komende tijd probeer ik met een open blik naar een land te kijken dat ik tot nu toe alleen als toeristische bestemming ken.

Egypte tot nu toe heeft mij vooral positief verbaasd. Ik heb al kennis mogen maken met de sociale vrijgevigheid van de Egyptenaren. Tijdens mijn tijd in Koeweit ben ik bevriend geraakt met een aantal Egyptenaren uit Cairo, en stuk voor stuk hebben zij mij gematched met hun vrienden en familie in mijn nieuwe omgeving. Zo leidde de vraag over wie mij op mocht halen van het vliegveld al bijna tot een familieruzie tussen twee neven van een Egyptische vriendin, die allebei beweerden de mooiste auto te bezitten. Neef 1 haalde mij uiteindelijk op, neef 2 introduceerde mij de dag daarop bij minstens 20 van zijn eigen vrienden tijdens een heerlijk diner bij een Duits-Egyptisch stel thuis. Pas getrouwd, dus we kregen er meteen een rondleiding door een schitterend appartement bij. Morgen gaan we op pad met een andere vriendin van mijn vriendin uit Koeweit, en van de week mag ik ook nog op pad met een nichtje van een vriend uit Koeweit, dus we hoeven ons gelukkig niet te vervelen.

Ons, dat is Lara (Duitsland) en ik. Vanochtend hebben we ons derde huisgenootje, Sanaa, uitgezwaaid, waarbij we nu met z’n tweeën zijn achtergebleven in een flat die minstens 8 mensen zou moeten kunnen huisvestigen. Dat ging nog gepaard met een heel avontuur, want na het uitzwaaien bleek dat Sanaa haar sleutel in de deur had laten zitten, en dat ik wel mijn sleutel had meegenomen, maar niet gezien had dat er al een sleutel in de deur zat. Nadat ik de eerste persoon die ik tegenkwam had aangesproken kwam er een reddingsteam in actie: twee compleet gesluierde vrouwen, die met veel bismillah’s probeerden de deur tot openen te bewegen. Wat uiteraard niet lukte, dus moest er iemand met een ladder komen om via ons balkon uiteindelijk de deur vanuit binnen te openen. Hulde aan deze helden! Als we op de heren van AIESEC hadden moeten wachten stonden we daar nog steeds. De enige reacties die we kregen op onze smeekbedes om hulp waren ‘try again, the key must work’ en ‘mechanics don’t start work until 12, just go to work’. Leuk, als je al vanaf 9 uur buiten staat, zonder geld, half in je pyjama. Gelukkig was onze buurman een beetje daadkrachtiger ;) Sowieso moeten we de eerste AIESECers nog ontmoeten. Afgezien van 5 minuten op mijn eerste avond heb ik nog niemand gezien, behalve ex-leden, die meer hun best doen om ons te vermaken dan het officiële team.

Door dit avontuur vandaag dus niet naar het werk gegaan, want met 1,5 uur reistijd (enkele reis) bleef er niet veel werktijd over. Gelukkig hebben we een extra vrije dag per week, waardoor dit nog te compenseren is. Maakt wel weer een fijne indruk ;) Morgen doen we een nieuwe poging! Met (mini)bus en metro, dus minstens net zo’n avontuur als het sleutelavontuur van vandaag. Tot dusver is het werk nog niet heel spannend, ik heb vooral gewerkt aan fondsenwerving en heb het een en ander bijeengezocht over de Nederlandse financiering van mensenrechtenprojecten in Egypte, zodat de organisatie daar hopelijk z’n voordeel mee kan doen. Helaas lijkt deze organisatie toch vooral in het Arabisch te werken, wat het lastiger maakt voor internationale stagiaires die vrijwel nooit Arabisch spreken een echt nuttige (inhoudelijke) bijdrage te leveren. Volgende week hoop ik echter ook aan de slag te mogen met meer inhoudelijke zaken, zodat ik ook meer kan leren over mensenrechten in Egypte zelf.

Tot slot, aan de ene kant is het goed om weer in het Midden-Oosten te zijn, en ook in een nieuw gedeelte van de regio, dat ik nog niet zo goed ken. Aan de andere kant wakkert dit ook wel een beetje de heimwee naar Koeweit aan. Ik heb mij toch behoorlijk verkeken op Egypte en hoe conservatief dit land is. Het lijkt in de verste verte niet op de Golf, waar ik ’s avonds ook nog wel eens een jurkje aan had kunnen doen. Hier voel ik mij met een t-shirtje al halfnaakt, omdat er nauwelijks westers geklede jongedames op straat zijn, laat staan buitenlanders. Iedereen is volledig bedekt en alles minder dan dat voelt toch redelijk ongemakkelijk. Maar misschien moet ik nog iets langer wennen aan alle starende blikken. Ik heb mij er ook in vergist hoezeer mijn vrienden uit Koeweit niet de regel op zich, maar de uitzondering op de regel vormen. Het overgrote merendeel van de mensen lijkt toch vrij conservatief te zijn. Ik heb al heel wat ontwikkelde jongemannen met grote ambitieuze plannen mogen ontmoeten, en ik zal er in de komende weken ongetwijfeld nog veel meer mogen ontmoeten, maar zij zijn niet allemaal even representatief voor het merendeel van de Egyptenaren. Dat andere deel ontmoeten, dat is nog een veel grotere uitdaging. 

Koeweit V

Bijna twee weken terug. De eerste dagen nog een beetje zoekende, maar met het stijgen van het kwik verbetert ook mijn humeur. Zo vreselijk is het nou ook weer niet om terug te zijn in het land van het varkensvlees. Ook fijn dat ik weer gewoon overdag mag eten op straat: zo’n Ramadan is niet erg praktisch voor niet-moslims. Vooral niet als het tegen de 50 graden loopt, want ja, als ze je betrappen op eten of drinken in het openbaar verdwijn je voor de rest van de maand in de gevangenis (om nog maar niet te spreken over de boete die erbovenop komt). En ik heb horen zeggen dat dat toch niet echt een pretje is in de Golf, ondanks alle pracht en praal.

Vijf maanden in Koeweit: een eerste kennismaking met een fascinerend land. Echt begrijpen doe ik het nog niet, daarvoor is nog minstens een half leven extra nodig, maar het begin is er. Koeweit is een plaats waar aan de ene kant alles kan en alles mogelijk is (in het geval van de Westerse expat), maar ook een plaats waar je uitgebuit en mishandeld kunt worden (in het geval van de arbeiders van het subcontinent). De Koeweitis die ik heb ontmoet staan in schril contrast tot de Koeweitis die ik ken uit de media: Koeweitis die kindermeisjes en schoonmaaksters verkrachten en mishandelen en Koeweitis die schieten op Indiërs ‘omdat er geen alternatief doelwit aanwezig was’. Het percentage gekken lijkt hier net iets hoger te liggen dan het wereldwijde gemiddelde, zeg maar.

Er is hier een hele sociale hiërarchie, waarbij Koeweitis bovenaan staan, gevolgd door andere Golf Arabieren, Amerikanen en andere Europeanen. Onderaan de ladder staan – verbazingwekkend genoeg – niet-Golf Arabieren (in de Golf geen pan-Arabisme) en Aziaten, zoals Indiërs, Pakistanis en Filipinos. De laatste groepen worden soms behandeld alsof ze niet menselijk zijn, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het bovenstaande schietincident. De luxe waarin Westerlingen hier kunnen leven staat in schril contrast met de armoede van de ongeschoolde Indiërs, die een hongerloontje verdienen en in speciale kampen wonen. Een realiteit waar je in de gouden kooi van de ambassade vooral over hoort praten, maar waar je nauwelijks mee geconfronteerd zult worden.

De afgelopen maanden heb ik veel vragen gekregen over vrouwen in Koeweit en het leven als vrouw in Koeweit. Ter afsluiting van deze blog wil ik daar nog wel een aantal woorden over zeggen. Laat ik beginnen met zeggen dat vrouwen in Koeweit het zo slecht nog niet hebben, vooral vergeleken met de buurlanden. Dit is Koeweit en niet Saoedi-Arabië, dus vrouwen mogen gewoon autorijden. Ook hoeven ze niet verplicht een hoofddoek te dragen, en niet alle Koeweitse vrouwen doen dit dan ook. Koeweitse vrouwen stoppen niet perse met werken als ze trouwen (in tegendeel, al hun inkomsten zijn voor henzelf, de man wordt geacht het gezin te onderhouden, dus van haar loon kan de vrouw ongegeneerd shoppen) en kunnen de meeste beroepen uitoefenen. Zo bestaan er bijvoorbeeld vrouwelijke parlementariërs. Desalniettemin valt er nog veel te verbeteren, van complete gelijkheid is helaas nog geen sprake. Zo zijn er bijvoorbeeld nog geen vrouwelijke rechters en kunnen Koeweitse vrouwen die trouwen met een niet-Koeweitse man de Koeweitse nationaliteit niet doorgeven aan hun kinderen.

Op de vraag ‘wie onderdrukt wie’ is echter geen gemakkelijk antwoord te geven. Hoewel de man en de vrouw in theorie niet gelijk zijn is er ook de praktijk. Moeders wil is wet. Uitgaan met een jongeman is op zijn kosten, soms ook als het om een gewone vriend gaat. Meisjes ophalen en thuisbrengen is vanzelfsprekend. Een hoffelijkheid die voor de Nederlandse mannen niet altijd vanzelfsprekend meer is ;) En je hoeft maar ‘please?’ te zeggen en lief te glimlachen, en je krijgt als vrouw hier alles voor elkaar. Zo stonden Tatiana en ik al eens op het hoogste punt van Koeweit in de Alhamra toren, eigenlijk verboden voor gewone stervelingen/mensen die niet in de toren wonen.  

Als Westerse vrouw is het geen enkel probleem om in Koeweit te wonen en werken. Ik heb mij nergens in de Arabische wereld veiliger en prettiger gevoeld dan in de Golf. Mannen kijken, maar laten je over het algemeen met rust, vooral als je op pad bent met een andere man. Zo ben ik tijdens het WK regelmatig naar een café gegaan om voetbal te kijken, maar zelfs als een van de enige meisjes (!!) werd ik nauwelijks aangesproken, laat staan lastig gevallen. Terwijl ik het toch helemaal niet erg gevonden had als een rijke oliesjeik mij mee uit gevraagd had :P Over date-verzoeken niets te klagen, maar die sjeik zat er helaas niet bij :P

Istanbul, part XII

Kwart voor elf. Een mooi tijdstip om het voor vandaag gezien te houden. De afgelopen twaalf uur heb heel, heel veel over Turkse politiek gelezen, want morgen krijg ik weer een take-home mid-term. Ik moest nog het leesvoer van twee weken inhalen, want vorige week had ik zowel een mid-term Turks als een mid-term geschiedenis, en logischerwijs was het bestuderen van de grammatica van Turks en het lezen van de readings van geschiedenis op dat moment belangrijker dan de readings voor Turkse politiek. Het gevolg is wel dat ik eigenlijk nog drie boeken zou moeten lezen voor morgenmiddag, maar dat gaat ‘m dus niet meer worden. Maar ja, ik verwacht eigenlijk ook niet dat mijn studiegenootjes dat wel gedaan hebben, want de leeslijst was behoorlijk bizar deze week: drie hele boeken plus een handvol artikelen. En gelukkig passen ze hier iets zoals een standaardafwijking toe.

Turks van de week ging prima, dat was niet al te ingewikkeld. De mid-term van Turkse geschiedenis was lastig. Of beter gezegd, vreemd. Erg vreemd. Eerst moesten we zelf onze vragen bedenken, en daarna moesten we een aantal van onze eigen vragen beantwoorden. In de vorm van essays van minimaal twee pagina\'s, dus het konden ook geen hele simpele vraagjes zijn. We hadden drie dagen hiervoor, en ik heb mij dus drie dagen lang opgesloten in de flat. Uiteindelijk was ik tien minuten voor de deadline klaar zondagavond. Geen idee hoe ik het gedaan heb, maar ik had in ieder geval de literatuur gelezen, dat is wel zo handig als je je eigen vragen moet bedenken :P

Zoals bovenstaande dus al doet vermoeden: het leven is hier momenteel niet zo spannend. Om maar gerust te zeggen, helemaal niet spannend. En ik geloof ook niet dat daar de komende tijd enigszins verbetering in gaat komen, want begin januari zijn de finals al. Ik heb twee toetsen en moet ook nog een essay schrijven, dus genoeg te doen helaas. Vooral die ene toets maandagmorgen om 9 uur, daar heb ik vrij weinig trek in, want 9 uur op de uni zijn betekent heel, heel weinig slaap.

Na de finals is het echter tijd voor leuke dingen. Ik vlieg de 31ste terug naar huis, maar ben, zoals het er nu naar uitziet, de 11de klaar. Dus wat ga ik de rest van de tijd doen? Martine komt de 21ste (yay!), dus ik heb nog een dikke week voor avontuur. Optie 1 is de grens over, naar Bulgarije. Ik heb nog een uitnodiging staan van een studiegenootje die in Sofia woont, en het zou leuk zijn om hem weer te zien. Optie 2 is naar Bursa, de eerste Osmaanse hoofdstad, en Ankara, de huidige hoofdstad. Zou het allebei nog wel willen doen, maar ben helaasch beperkt in mijn tijd. De grens over is leuk, weer eens wat anders. Zou zelf niet zo snel een hele vakantie in Bulgarije doorbrengen denk ik, maar de foto\'s die ik gezien heb van Sofia zijn toch wel mooi hoor. En het schijnt dat je met Engels beter in Bulgarije terecht kunt dan in Turkije. Maar aan de andere kant is iets meer van Turkije zien natuurlijk ook wel een mooie gelegenheid om mijn beperkte Turks in de praktijk te brengen. Plus natuurlijk dat je niet weer voor de zoveelste keer dit jaar het wiel hoeft uit te vinden. Over Bulgarije weet ik helemaal niets, Turkije is inmiddels toch wel enigszins bekend terrein. En als ik een week lang alleen maar pides eet als avondeten ga ik ze vast niet al te erg missen als ik weer thuis ben, een extra voordeel:D

Nog anderhalve maand dus. Zit momenteel in een fase dat ik Nederland toch wel mis. Er zijn wat dingen gebeurd die ervoor zorgen dat ik op dit moment liever thuis zou zijn, maar ik hoop dat dat gevoel binnenkort verdwijnt. Maar december is sowieso geen fijne tijd van huis te zijn, dan wil ik ook Sinterklaasdobbelen met mijn vriendinnetjes in Zeeland en gourmetten met Kerstmis met mijn ouders en zusje. Gelukkig komt Selen over een week of twee weer terug, dan is het hier in huis ook niet meer zo stil. Je eigen appartement hebben is leuk, maar als je hele dagen alleen maar moet studeren is wat aanspraak zonder dat je daarvoor meteen de deur uit moet toch wel fijn. Bostanci is een fantastisch mooie plek om te wonen, maar om mensen te meeten ben je wel minimaal 40 minuten aan het reizen elke keer, en met het drukke studieprogramma is daar gewoon niet elke dag tijd voor. Als ik nog een semester zou blijven zou ik verhuizen zeker overwegen, maar ja, voor een maandje is dat niet echt de moeite meer. Daar heb ik mij toch best op verkeken, de afstanden in Istanbul. Dacht dat het juist handiger zou zijn om hier te gaan wonen, omdat het redelijk dicht bij de tweede shuttlestop is, maar lopen is net te ver en de bus rijdt minder dan eens in het uur en \'s avonds helemaal niet. Metro is wel mogelijk, maar nog 25 minuten lopen daarna. Is leuk als het lekker weer is, maar zoals boven al aangegeven, dat is het nu vaker niet dan wel. In fact, het weer is momenteel heel, heel, heel, heel Hollands. Maar dat was nou juist iets van thuis wat ik had kunnen missen als kiespijn.. ;)   

Istanbul, part XI

Het is somber, zeer somber vandaag in Istanbul. Het regent en onweert aan één stuk door, en om drie uur \'s middags zit ik al met het licht aan. Gelukkig hoef ik niet naar buiten vandaag. Zelfs als ik dat zou willen, dan zou het verstandiger zijn om ook een beetje te studeren, want volgende week heb ik twee mid-terms, waarvan eentje een take-home exam is. Wat dus betekent dat ik volgend weekend alleen mijn huis zal verlaten om brood te halen, maar dat ik voor de rest huisarrest heb.

Dit weekend bleef mijn fun beperkt tot een bezoekje aan Galatasaray, de laatste club op mijn ‘to do\'-lijstje. Toen ik woensdag navraag deed naar het bestaan van een winterstop in het Turkse voetbal bleek dat de mogelijkheden om Galatasaray te bezoeken voordat ik weer naar huis zou gaan vrij beperkt waren. Van de drie thuiswedstrijden waren er maar liefst twee derbies, en kaartjes daarvoor krijgen is niet eenvoudig. De enige niet-derby bleek twee dagen daarop te zijn, maar na een berichtje op FB had ik al snel een gezelschap van twee internationale studenten, twee vrienden van een van de studentes en een Turkse bodyguard verzameld. En zo gingen wij dus gisteren - ook al in de stromende regen - naar de regerend Turks kampioen. Die bovendien enkele dagen eerder Manchester United verslagen had in de Champions League. Needless to say dat onze verwachtingen hoog waren..

Het futuristische stadion van Galatasaray is een bezienswaardigheid op zich. Helaas was het op deze vrijdagavond, toen Galatasaray de strijd aanbond met Gaziantepspor, maar voor de helft gevuld. Met bijzonder matte supporters, om het maar eens zachtjes uit te drukken. Afgezien van een enkel vak achter de goal was er niet bijzonder veel leven in de supporters te ontdekken. In ons vak zaten de meesten zelfs braaf op hun stoeltjes, iets dat bij geen van de andere clubs het geval was geweest. Galatasaray deed duidelijk z\'n best, maar de wedstrijd tegen United leek te spelers uitgeput te hebben. Hoewel dit voetballend het beste team is dat ik tot dusver heb gezien (hier lijkt er ten minste een idee achter het spel te zitten), was ook dit niet heel erg indrukwekkend qua niveau.

Aangezien we de line-up hadden gemist (ondanks het feit dat we braaf een kwartier voor de aftrap op onze plekken zaten) durf ik niet te zeggen wie we precies hebben zien spelen. In ieder geval Felipe Melo, want die werd eraf gestuurd met twee keer geel. En Nordin Amrabat, ex-VVV en PSV, ongetwijfeld nog wel bekend onder de fanatiekste voetbalfans. Toentertijd in ieder geval een zeer fijne speler om naar te kijken, maar goed, ik heb dan ook een zekere voorkeur voor voetballers met een Marokkaanse roots. Deze wedstrijd was hij, in de woorden van mijn buurman, ‘çok kötü\', oftewel ‘heel slecht\', maar goed, de rest van het team was nou niet bepaald heel veel beter. De hoge verwachtingen die ik van tevoren had zijn niet helemaal waargemaakt, so to say.

Na drie bezoekjes aan drie clubs zijn mijn (niet-wetenschappelijk verantwoorde) conclusies de volgende: 1. vrouwen zijn betere supporters dan mannen. Ik heb nog nooit zo\'n fantastische sfeer meegemaakt als bij Fenerbahçe. 2. Besiktas moet duidelijk een nieuw stadion. Je hoort voetbalfans vaak over de charme van oude stadions, maar een afgrijselijk hek dat je zicht dusdanig belemmert dat het storend is, en één wc voor een heel vak.. dat is duidelijk niet meer van deze tijd. Weg ermee, met dat Inönü stadion. Maar ja, gezien de financiële problemen van Besiktas zal dat nog wel even duren voordat het zover is. Helaasch. 3. Naast flesjes en deodorants moet ik voortaan ook mijn kleingeld thuislaten als ik naar een voetbalwedstrijd ga. Bij Besiktas werd het gehele gezelschap (exclusief mijzelf, mij geloven ze blijkbaar op mijn mooie blauwe ogen als ik zeg dat ik geen geld bij heb) beroofd van het muntgeld, en bij Galatasaray deed de security ook een poging hiertoe. Met de vorige ervaring in het achterhoofd had natuurlijk een enkeling gewoon muntgeld bij, maar van de meesten van ons is Galatasaray niet rijker geworden. 4. De reputatie van Turks voetbal is slecht, maar ik heb niets gezien dat dit bevestigde. In tegenstelling: de vrouwen van Fenerbahçe waren onwijs enthousiast en bevlogen, de mannen van Besiktas vonden ons gezelschap van vrouwen maar wat interessant, en de mannen van Galatasaray waren nauwelijks enthousiast te krijgen. Een enkel vechtpartijtje en een beetje vuurwerk, meer heb ik niet gezien. Ongetwijfeld zijn dingen anders als het er écht om gaat, maar mijn advies aan andere voetbalgekke dames is alleen maar het volgende: laat je niet gek maken door alle verhalen en ga gewoon! :)      

Istanbul, part X

Zondagavond, half 11. Het werk dat ik van mijzelf moest doen vandaag zit erop, misschien dat ik na het schrijven van een paar regels hier nog wat bronnen ga verzamelen voor mijn scriptie, dat kan ten slotte altijd, maar voor het college van morgen ben ik in ieder geval klaar. Het leeswerk voor deze week was bijzonder vermakelijk: we moesten een boek uit de laat 19e eeuw lezen, dat blijkbaar een bijzonder grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van het Turks nationalisme. Ik kan niet wachten tot professor Halil Berktay dit mysterie morgen gaat onthullen, want voorlopig lijkt de relatie tussen het boek en Turks nationalisme mij behoorlijk vergezocht. We gaan het zien.

Afgelopen week was het dus tentamenperiode. Turks is bijzonder goed gegaan, ik had 69.75 van de 70 punten voor de toets. Jammer dat de taalcursus niet meetelt voor de ECTS though. Het tentamen van Turkse politiek was een stukje lastiger. Een heel stukje, zeg maar. Maakt weer meteen duidelijk wat het verschil tussen een bachelor en master is: ik geloof niet dat ik in mijn bachelorperiode zulke nare tentamens heb gehad. Werd duidelijk iets meer van je verwacht dan alleen reproduceren wat je in artikelen hebt gelezen. Ben benieuwd hoe ik het daar vanaf gebracht heb. Jammer genoeg gebruiken ze hier wel een standaardafwijking, wat betekent dat als mijn medestudenten het heel goed gedaan hebben, ik alsnog de klos ben. En mijn medestudenten leken wel van lange verhalen te houden. Als de opdracht is ‘beschrijf kort en bondig', dan schrijven ze zo twee A4-tjes vol. Dat is niet kort en bondig in mijn ogen, maar de professor zal het maar net kunnen waarderen.

Om het einde van de tentamenperiode te vieren heb ik mijzelf toegestaan om met een uitje naar het Sabanci museum mee te gaan gisteren. Ten slotte kun je als Sabanci University student Istanbul niet verlaten zonder naar dit museum geweest te zijn. Er is op dit moment een expositie over Monet, dus deze werd onder begeleiding van een gids bezocht. Groep was nogal groot, dus heb niet veel meegekregen van wat de gids allemaal vertelde over Monet, maar zal heel eerlijk zeggen.. Monet is niet mijn nieuwe favoriete schilder. De kalligrafie collectie en de verzameling korans was echter wel de moeite waard, en het gezelschap was ook leuk. Alleen dat verkeer he? Istanbul is een fantastisch mooie stad, maar wat duurt het toch lang om ergens te komen. Twee uur voor een museumpje is geen uitzondering. Voor de mensen die van de campus kwamen was het zelfs nog erger: die zijn langer onderweg geweest dan dat ze in het museum zijn geweest!      

Vandaag dus vooral gestudeerd, al heb ik ook een poging gedaan om pudding te maken. Ik moet 't nog proeven, maar het recept was in het Turks, dus ik begreep maar de helft. De pudding ziet er niet helemaal uit zoals het zou moeten, denk dat ik de melk toch te hoog heb gekookt. Volgende keer toch maar ietsje anders doen. Maar het feit dat je honderden smaken puddingpoeder hebt vind ik bijzonder cool. Ik had nu pistache, want pistachenootjes en pistache-ijs zijn lekker, dus pudding vast ook, maar ze hebben nog veel meer lekkers. Als ik toch erachter zou kunnen komen hoe ik die pudding hoor te maken :P

Pudding is wel zo'n beetje het enige waarbij ik denk ‘dat zouden we in Nederland nou ook moeten hebben!'. Voorlopig heb ik nog heel, heel veel heimwee als ik in de supermarkt loop. Zelfs de allergrootste supermarkten hebben niet zo'n heel groot assortiment. Vaak betekent een grote supermarkt dat er veel op voorraad is, maar niet perse dat de keuzemogelijkheid er heel veel mee vergroot wordt. Mijn favoriete gerechten en hapjes kan ik hier niet maken, want ze doen hier niet aan varkensvlees. Geen quiche lorraine, geen rijst met ei en spekjes, geen ham-kaasflappen en geen worstenbroodjes. Het water loopt mij in de mond als ik dit typ, dus misschien moet ik hierover verder maar niets zeggen. Naar! Ik ga snel mijn pistache pudding proeven, Turks troostvoer.

Istanbul, part IX

Het is alweer enige tijd geleden dat ik een stukje geschreven heb, dus hierbij weer eens een update uit Istanbul. De meeste dingen zijn hier nog steeds goed, al wordt het weer langzamerhand wel wat minder. Vrijdag heb ik voor het eerst mijn winterjas aangehad bijvoorbeeld. Al moet ik er wel meteen bijzeggen dat we naar een voetbalwedstrijd gingen, en dat naar mijn ervaring het heel, heel, heel koud kan zijn in stadia in de winter, dus het was vooral als voorzorgsmaatregel bedoeld. Overdag had ik wel gewoon mijn zomerjas aan gehad hoor ;)

Het academische gedeelte is nog steeds interessant, maar wel behoorlijk intensief. Heb vrij weinig tijd voor leuke dingen tussendoor, zoveel leeswerk. Een boek per week plus wat artikelen is geen uitzondering. Met mijn scriptie vordert daarom uiterst traag, om maar niet nauwelijks te zeggen. Ik ben nog steeds bezig met het verzamelen van primaire bronnen. Inmiddels bestaat mijn collectie wel al uit meer dan 2000 kranten, maar ze lezen, daar ben ik nog niet aan toegekomen. Misschien volgend semester nog eens, haha. Momenteel bestaat mijn werk vooral uit het studeren voor de mid-terms. Vrijdag had ik al een toets (ze noemen dat een quiz hier, vrrrreemde benaming, maar goed) van Turks. Dat was vrij simpel, aangezien we de meeste dingen al uitgebreid geoefend hadden. Donderdag heb ik echter de mid-term van Turkish politics, en dat is een stuk minder prettig. Ik heb wel braaf de artikelen en boeken gelezen die we moesten lezen (ongetwijfeld meer dan mijn studiegenootjes kunnen zeggen), maar de meeste informatie gaat het ene oog in en het andere oog uit, zeg maar. Gortdroge stof, over het algemeen extreem saai. Nou ja, we zullen wel zien hoe of wat. Ik ben toch al betrekkelijk slecht bezig dit semester, een keer geen 9 kan er ook nog wel bij.        

Ondanks al deze academische dingen moet ik dus ook af en toe tijd maken voor plezier. Ten slotte zijn we niet voor eeuwig in Istanbul. Vrijdag kreeg deze fun de vorm van een voetbalwedstrijd: we gingen naar Besiktas deze keer. Besiktas hadden Hannah en ik al zien spelen tijdens de derby tegen Fenerbahçe, maar we wilden ook graag een keertje naar het Inönü stadion, aangezien je de sfeer die bij een club hoort toch niet echt kunt proeven tijdens een uitwedstrijd zonder fans. Dus hadden we een aantal andere internationale studenten bereid gevonden ons te vergezellen naar Besiktas. Op de ferry van Kadiköy naar Besiktas zat de stemming er al goed in, compleet met vuurwerk en enthousiaste fans die allerlei leuzen schreeuwden. In dit geval was het misschien maar beter dat we geen Turks verstonden, want ze zongen vermoedelijk niet ‘onze vrienden van Bursa, we zijn zo dol op jullie', of iets in die richting. Eerlijk gezegd begonnen we toen een beetje te twijfelen aan het verstand van ons idee om met zes meisjes naar een Turkse voetbalwedstrijd te gaan, maar gelukkig bleek dat uiteindelijk niet nodig te zijn. In tegenstelling eigenlijk. In het vak zaten nauwelijks meisjes, dus we kregen behoorlijk wat aandacht, tot aan mannen die met ons op de foto wilden toe. En we kregen ook een sjaal van een van de fans, lief :D Qua sfeer waren Hannah en ik het erover eens dat Fenerbahçe beter was geweest, de Besiktas supporters leken net wat minder fanatiek te zijn, ondanks het feit dat er nu dus vooral mannen waren. Verrassend, hadden we niet verwacht! Na alle slechte verhalen viel het mij echter 200% mee: afgezien van een enkel vechtpartijtje in het vak naast ons is er geen onvertogen woord gevallen. Voor zover ik kan zeggen dan, maar lichaamstaal is ten slotte internationaal ;)   

Vandaag zou ik eigenlijk moeten studeren, maar aangezien dit een ‘once in a lifetime' opportunity was om de brug te voet over te steken besloot ik om het studeren toch maar een aantal uurtjes uit te stellen. Tijdens de marathon, eens per jaar, wordt de Bosporus brug een aantal uur afgesloten voor verkeer. Voetgangers kunnen dan wel oversteken, en dat doen ze dan ook massaal. Hoewel in eerste instantie gezegd was dat een registratie nodig was, besloten we (= Hannah, mijn mede Dutchie Zinaida en onze Turkse gids Mehmet) het er toch maar op de gokken, en gelukkig bleek er geen controle te zijn, dus konden we gewoon doorlopen. En dat was zeer, zeer, zeer cool. Waar normaal gesproken het verkeer alleen stapvoets gaat, konden wij nu van het ene naar het andere continent lopen. ‘Totally worth it', in Hannah's woorden.  

Edirne en Çanakkale

Aangezien het internet op dit moment niet bepaald mijn beste vriend is, hier wederom weer een stukje. Een mensch kan ten slotte studeren op reis, of niet. En op het moment is het even niet. Hoewel ik braaf mijn 2000 pagina's tellende geschiedenis van het Osmaanse Rijk in de Eerste Wereldoorlog meegesleept heb. En ik heb er ook al stukjes uit gelezen, tijdens de busreizen. Ja, zelfs tijdens de reis waarbij ik midden in de nacht aankwam. Maar goed, terug naar het begin.

Wie, hoe, wat, wanneer en waarom? Om maar met het laatste te beginnen: ik heb een weekje vrij. Ze noemen het de mid-semester break, maar die naam is niet helemaal lekker gekozen, want we hebben er pas vier weken opzitten. Het Offerfeest, oftewel Bayram, is aan het einde van de week en loopt zo door tot zondag, terwijl het maandag de Dag van de Republiek is. Dat betekent voor de internationale studenten een mooi moment om op reis te gaan, en veel studiegenootjes van buiten de EU zitten dan ook in Europa op het moment. Ik heb het iets dichterbij huis gezocht. Zaterdag ben ik in alle vroegte vertrokken naar Edirne, de tweede hoofdstad van het Osmaanse Rijk. Zondagavond heb ik de reis vervolgd naar Çanakkale, waar ik nu ben, en waar ik nog twee dagen mijzelf moet zien te vermaken voordat ik terugkeer naar Istanbul, terwijl het buiten pokkeweer is. Wat dat betreft had mijn zuster, die afgelopen week in Istanbul was, het beter uitgekozen. Waar wij vorige week nog drie dagen aan het strand doorbrachten, wens ik nu alleen maar dat ik meer dikkere kleding of een winterjas bij had gehad. Kouhouhouhoud!!! Qua temperaturen valt het nog best mee, maar mijn schoenen en sokken zijn constant doorweekt van het banjeren in plassen, vandaar de algehele koudheid. Dat strijken van mijn bloesjes 's avonds laat op de dag voor vertrek was duidelijk niet nodig geweest, want op één dag na was het veel en veel te koud voor bloesjes. Zijn dit nou de befaamde autumn rains?

Stop nummer één op deze korte reis vanuit Istanbul was dus Edirne, eens ook de stad van de sultans. Wat eens de vierde stad van het Osmaanse Rijk was is tegenwoordig niet meer dan een provinciestadje, zo'n 15-20 km van zowel de Griekse als Bulgaarse grens. Deze locatie betekent dan ook dat er best wel wat gevochten is om het bezit van de stad, zoals bijvoorbeeld nog vrij ‘recentelijk' tijdens de Balkanoorlogen (1912-13). Dit betekende eveneens dat veel verschillende etniciteiten en religies door elkaar woonden. Edirne vandaag de dag heeft bijvoorbeeld verschillende kerken (orthodox en katholiek) en er is ook een synagoge. Het overgrote gedeelte van de bevolking is uiteraard islamitisch, en de stad wordt dan ook gekenmerkt door veel, heel veel moskees. De belangrijkste hiervan is de Selimiye, van de hand van de grote meester Sinan, die veelvuldig met de Aya Sofia wordt vergeleken. En het moet gezegd worden, de Selimiye mag er zeker zijn! Een andere belangrijke moskee ligt er vlak naast: de Eski of oude moskee, uit de vroeg Osmaanse periode. Qua architectuur is deze van de buitenkant niet zo heel bijzonder, maar een bezoek aan de moskee is zeker toch het overwegen waard vanwege de bijzondere binnenkant, speciaal in zijn eenvoud. Het deed mij een beetje denken aan de Mezquita in Cordoba, maar ik ben niet bepaald een kunsthistoricus, dus heel veel meer kan ik er niet over zeggen. Twee kleine museumpjes zijn te vinden in de omgeving van de Selimiye. De eerste is het museum voor Turkse en Islamitische kunst, de tweede is de voormalige medrese. Ze zijn wel grappig om te bezoeken, maar meer dan een half uur per stuk zijn ze toch niet echt waard. De eerste dag sloot ik af met een schitterende zonsondergang op een van de bruggen, een wandeling door de overdekte bazaar (500 jaar oud) en een pizza bij de enige pizzeria die Edirne rijk leek te zijn.

De tweede dag trok ik de buitenwijken in. Verbazingwekkend, zodra je het centrum verlaat is het net alsof je 100 jaar terug in de tijd gaat. Het complex van Bayezid II, met het psychiatrische ziekenhuis en de medische school, was de eerste stop. Een architectonisch hoogtepunt, en ook het medische museum dat tegenwoordig in het complex zit, is zeer zeker de moeite waard. Zo heb ik onder meer geleerd dat al eeuwen geleden de Osmaanse dokters bijzondere therapieën, zoals muziektherapie, toepasten op psychiatrische patiënten, terwijl deze rond deze tijd in Europa vaak genoeg op de brandstapel belandden. De architectuur van het gebouw is ook hierop aangepast, en een grote fontein met stromend water moest de patiënten kalmeren. Hoe succesvol dit was durf ik niet te zeggen, maar een rustgevende plaats was het zeker. 's Middags vervolgde ik mijn wandeling naar het voormalige paleis van de sultans, dat behoorlijk vervallen was, en dat tijdens een van de recentere oorlogen ook bijna volledig verwoest is. Er wordt aan gewerkt, maar veel meer dan de keukens, de hammam, een deel van de poort en een paviljoen staat niet veel meer overeind. Op de terugweg kwam ik ook nog langs het stadion waar 's zomers de worstelwedstrijden plaatsvinden. Blijkbaar is dit na de Olympische Spelen het oudste sportevenement ter wereld, althans, dat zeggen de mensen in Edirne. Ik had er nog nooit van gehoord en jullie vast ook niet, maar goed.

's Avonds vervolgde ik mijn reis naar mijn tweede bestemming, Çanakkale. Daar zag ik van tevoren wel een beetje tegenop, want ik zou pas midden in de nacht in Çanakkale aankomen, en dat is niet bepaald het moment waarop je wilt verdwalen in een stad die je niet kent. Maar volgens internet zouden de bussen stoppen bij de ferry, en het hostel zou dan nog 50 meter de hoofdstraat inlopen moeten zijn. Dat viel bijna niet te missen, toch? Het was dan ook een onaangename verrassing dat bij het kopen van het ticket bleek dat de bussen niet bij de ferry's, maar bij het busstadion buiten de stad zouden stoppen. In Edirne was dat allemaal goed gegaan, dankzij een medepassagier die ook Engels sprak, maar helemaal gerust was ik er toch niet op. Mijn verbazing was dan ook groot toen bij aankomst in Çanakkale een shuttlebusje klaar stond, die mij voor de ingang van het hostel afzette, nog vroeger dan ik had gehoopt. Hulde voor Metro!! De volgende ochtend vond ik een briefje in mijn koffer. ‘Hey Brigitte, je had het vast niet door vannacht, maar ik was hier ook. Ik check zo uit en je slaapt nog, dus een hele fijne tijd hier'. Van een van de andere internationale studenten van Sabanci. Hoe toevallig!  

Voor de eerste dag had ik een middagtour Gallipoli geboekt, naar het ANZAC (Australia and New Zealand Army Corps) gedeelte. De meeste toeristen in Çanakkale zijn dan ook afkomstig vanuit dat gedeelte van de wereld, waar Gallipoli één van de belangrijkste momenten uit de geschiedenis is. Het is Gallipoli dat de koloniale troepen deed afvragen voor wie zij eigenlijk vochten, en de Australische en Nieuw-Zeelandse identiteit, als aparte naties, werd hier min of meer gevormd. Afgezien van een verdwaalde Engelsman en een Amerikaan bestond mijn gezelschap dus alleen maar uit ‘Kiwis' en ‘Aussies'. De film Gallipoli, met Mel Gibson, die ik eigenlijk als voorbereiding op het bezoek had willen kijken had ik er niet meer tussen kunnen proppen in het drukke schema, maar door alle historisch verantwoorde boeken en primaire bronnen die ik van de zomer gelezen had was ik toch niet helemaal zonder achtergrondkennis. De gids viel mij daardoor positief op, met zijn enorme feitenkennis en genuanceerde verhaal. Het zien van de plaatsen zelf was ook goed, nu kan ik wat ik lees aan primaire bronnen ook beter visualeren. En ik heb nog niet genoeg gezien, dus op mijn laatste dag hier breng ik ook nog een bezoekje aan het zuidelijke gedeelte van het eiland, waar de Engelse sector was.

Vandaag ben ik 's ochtends in Troje geweest. Dat was oké, maar zoals veel andere reizigers al hadden gezegd, het is eigenlijk best teleurstellend. Er zijn veel betere ruines in Turkije te vinden, dat absoluut. Met twee uurtjes was ik eigenlijk wel klaar, dus weer terug naar Çanakkale gegaan, om daar een bezoekje te brengen aan het Naval Museum, dat gevestigd is in een oud fort. Ook dat was interessant, maar vrij klein, dus ik had zelfs nog tijd over voor een bezoek aan het stadsmuseum, een wandeling over de boulevard, en een tocht langs een aantal winkels. Al met al er dus in geslaagd veel meer in een dag te proppen dan ik had verwacht :P Morgen ga ik naar Bozcaada, een eiland in de buurt. Dat zou ook mooi moeten zijn, en zolang het droog blijft denk ik dat ik mij daar best kan amuseren. Aan het strand liggen, wat de meeste toeristen daar schijnen te doen, zal er echter niet in zitten, ben ik bang...   

Istanbul, part VIII

Tot mijn grote schaamte zie ik dat het alweer veel te lang geleden is dat ik hier een paar alineas heb geschreven, dus wederom weer een paar regels uit Istanbul. De nazomer duurt hier heerlijk lang. Hoewel het vandaag bar en boos was (de tweede keer in vijf weken oid) is er voor komende week nog heel aardig weer voorspeld. Op een aantal dagen zullen we wat wolkjes te zien krijgen, maar volgens mij kunnen zusterlief en ik volgend weekend nog best naar de Zwarte Zee. Het is dan wel geen 30 graden meer, maar 25 voldoet ook nog.

Voorlopig gaat alles hier z'n gangetje. Het universitaire gedeelte is behoorlijk intensief, vooral ook door de lange reistijd. Vandaag kwam ik wederom pas om 11 uur thuis, nadat ik, heel avontuurlijk, een nieuwe buslijn uitgeprobeerd had. Normaal ga ik met de trein terug, of, als het later op de avond is, met de bus. Er is een bus vanaf het shuttle punt naar Bostanci, maar vandaag kwam de bus naar Pendik, die volgens Selen ook in de buurt zou stoppen, eerder langs de bushalte gereden. De buschauffeur keek mij niet heel erg begrijpend aan toen ik de bushalte waar ik naar toe moest noemde, dus het was nog even spannend of ik wel op de juiste plek zou aanbelanden (vooral toen het systeem dat de haltes aangeeft het ook nog begaf..), maar ook deze keer was eind goed al goed.

Openbaar vervoer in Istanbul is onbegrijpelijk, ook voor de mensen uit Istanbul zelf. Er zijn dan ook gigantisch veel buslijnen, en alleen een genie slaagt erin om ze allemaal te kennen. Vooral ook omdat er ook een 1A, 1B, 1C etc. is. Vorige week kwam ik erachter dat er ook een bus naar het tweede shuttle punt is, maar bij gebrek aan kennis van het Turks hier en van het Engels bij de mensen van het informatiepunt kwam ik er niet achter of er nog meer bussen daar naar toe gingen, bij welke halte ik zou moeten uitstappen en hoe lang het zou duren om daar te komen; allemaal best wel essentiële vragen. Dus mijn persoonlijke dragoman de zinnen laten vertalen in goed Turks en met het papier de dag daarop terug gegaan, en toen was de juiste informatie krijgen opeens helemaal niet zo lastig meer. Ik hoop dat mijn cursus Turks dit probleem heel, heel, heel snel op gaat lossen, zodat ik niet elke keer Turk(en) hoef lastig te vallen hiermee.     

De verkregen informatie was niet helemaal wat ik gehoopt had, dus uiteindelijk op een drukke vrijdagavond, toen het alleen al anderhalf uur had gekost om naar de Carrefour (= het tweede shuttle punt) te komen, besloot ik de metro eens te gaan testen. Niet voordat ik eerst een uurtje in de Carrefour had rondgedwaald uiteraard. De verleiding om Nederlandse kaas mee te nemen was groot, heel groot, maar uiteindelijk besloot de Zeeuw in mij dat de prijzen echt belachelijk waren (al gauw 10x zoveel als thuis :P) en dat ik beter nog even kon wachten tot ik écht heimwee zou krijgen met Nederlandse kaas kopen. En bovendien lagen er nog maar drie andere kazen in mijn koelkast. Ja, ik ben nog steeds op zoek naar het merk dat enigszins naar Goddelijke Goudse Kaas smaakt. Dus uiteindelijk zonder kaas (maar met kaasschaaf) naar huis teruggekeerd. Met de metro, zoals gezegd. De metro gaat supersnel, binnen 5 minuten stond ik weer in het juiste district. Alleen die weg naar huis daarna. Dat is per dag al gauw drie kwartier lopen. Goede oefening hoor, maar alleen als het lekker weer is ;)

Na dit lange betoog over openbaar vervoer, over naar vrolijkere onderwerpen. Gisteren ben ik naar Fenerbahçe-Besiktas geweest, samen met een Duitse jongedame. Dat kon deze keer gewoon, want alleen vrouwen en kinderen mochten erbij zijn. En het was gratis, ook best wel fijn, haha. De kaartjes had ik twee weken terug al gereserveerd. Afgelopen week waren er nog een stuk of 8 andere jongedames die zich meldden voor nog meer kaartjes, maar toen ik mijn kaartjes op ging halen bleek het helaas al uitverkocht te zijn. Niet heel verwonderlijk though, gezien het feit dat het een derby was tussen twee van de grootste clubs van Turkije. Maar als we volgende keer weer gaan, dan zijn we zeker met een stuk of tien meiden, gok ik. Wedstrijd zelf was ontzettend leuk. Naast Dirk Kuyt speelde bij Fenerbahçe ook Raul Meireles mee, een andere ex-Liverpool speler. Bij de tegenstander kende ik alleen Julien Escudé, de ex-Ajacied. Besiktas had de laatste tijd met nogal wat financiële problemen te kampen gehad hoorde ik van verschillende kanten, vandaar dat het team niet meer was wat het ooit geweest is. Dat was ook wel te zien, want er kwam vrij weinig goeds vanuit zwart-wit deze keer, zeker niet nadat ze ook nog met tien man kwamen te staan na een domme rode kaart. Maar wij hadden hoe dan ook lol, want de sfeer was hartstikke goed en aangezien de cd op repeat leek te staan ken ik inmiddels ook alle Fenerbahçe deuntjes. Het is dat ik nauwelijks Turks kan, anders had ik ze ook nog mee kunnen zingen. Het enige wat ik vooralsnog versta is YAAAAAAAAAAAAA?AAAAAAAAAAAAA FENEEEEEEEEEEEERBAAAAAAAAHÇE!!

Het doel was om alle drie de clubs van Istanbul in actie te zien tijdens mijn uitwisseling, het liefst in eigen stadion. Twee van de drie kan ik afstrepen. Eigenlijk wilde ik Besiktas ook nog wel in eigen stadion zien, maar daar ga ik nog even over nadenken, want het voetbal was niet om aan te zien zo slecht, haha. De enige club waar ik nu nog naar toe moet is Galatasaray, en inmiddels heb ik zelfs al twee keer een aanbod van een Turkse bodyguard gekregen, dus dat gaat er vast ook nog wel van komen. Maar hoewel tot dusver alle mensen die ik ontmoet heb hier voor Galatasaray zijn, moet ik eerlijk toegeven dat ik Fenerbahçe ook wel wat vind hebben. En aangezien ik aan de Aziatische kant woon is het eigenlijk best logisch dat ik voor geel-donkerblauw kies. Toch? J

Nog een paar regels over de toekomst voordat ik weer mijn bedje induik. Over niet al te lange tijd (anderhalve week) is het Bayram (te vergelijken met kerstmis bij ons) hier, en dus hebben we een weekje vrij. De mogelijkheden voor reisjes zijn bijna eindeloos. Vanuit Erasmus is er een trip naar Beirut (had ik dolgraag gewild, maar die Israëlische stempel...), ik kan naar Griekenland, naar Bulgarije, ik kan in eigen land blijven.. voorlopig is het idee om eerst naar Edirne te gaan (het vroegere Adrianopel, de hoofdstad voor Istanbul) en vanuit daar naar Çannakkale te gaan. Çannakkale is vlakbij Troje én Gallipoli. En gezien mijn historische interesse mag ik vooral dat laatste uiteraard niet missen, nu ik toch redelijk in de buurt ben. Zelf rondtoeren daar is niet heel erg makkelijk, dan moet je een auto huren, dus ik moet iets van een georganiseerde tocht vinden. De meeste tochten zijn echter vanuit Istanbul of ze zijn maar een halve dag, en dat vind ik toch wel een beetje aan de korte kant. Dus misschien dat ik dan iets van twee halve dagen doe oid, met verschillende plaatsen. Daarnaast is er aan de overkant van de zee bij Çannakkale nog een geweldig mooi eiland, met een schitterend bewaard gebleven kasteel en heel veel haventjes met bootjes, dus het plan is om daar ook een kijkje te nemen. Daarna kan ik either de grens met Griekenland oversteken en Teo een bezoekje brengen, of naar Istanbul terugkeren en nog even naar Bursa afdalen. Maar eerst maar eens even afwachten hoe dit gaat bevallen, of het heel eenvoudig is om rond te reizen zonder een Turkse tolk bij de hand te hebben. Ik ga ervan uit dat alles wel op z'n pootjes terecht zal komen, maar het is zeker wel weer een nieuwe uitdaging J